voordat je gaat snijden
nadat je alles hebt opgemeten en uitgerekend en goed en overzichtelijk hebt opgeschreven in de daarvoor bestemde tabellen gaan we  eindelijk met het echte werk beginnen.
het is belangrijk om te weten wat je zoal hebt gedaan en als het goed is moet er dan een belletje gaan rinkellen want,,,,,,,,,
je hebt de buitenste maten opgemeten maar nog niet de zoom + inslag erbij betrokken.
dit moet ook in de tabellen verwerkt  worden .je neemt dus de achterlijklengte en daarbij
de onderzoom +inslag en de bovenzoom +inslag en het totaal word dan de nieuwe maat van de achterkant van kleed 1 voor het zeilbestek
dit bereken je natuurlijk bij elk kleed en als je bij het voorlijk komt ,,stopt de maat voering van het bovenlijk en gaat de maatvoering door in het voorlijk(zie de rakhoek)
het is gebruikelijk dat je voor het voorlijk een bredere zoom uitzet dan voor b.v. boven of onderlijk
dit is om genoeg ruimte te krijgen voor de grommers die op deze  zoom komen te liggen
maar het moet ook in verhouding zijn met de rest van het zeil.
meestal  gebruik ik zelf bij de zwaardere zeilen voor het   
bovenlijk : 4 cm , voorlijk  :8 cm , onderlijk  : 3 cm ,achterlijk: 5 cm en een inslag van 2 cm

het achterlijk heeft meestal een ronde vorm ,dit word in het doek gestreken met de rug van een goed mes of een zoomstrijker en is vaak de oplossing om de raknaad precies in de rakhoek te krijgen ,dus het gedeelte wat oversteekt word terug geslagen en levert gelijk een extra versteveging op voor de nokhoek

de reden waarom de onderzoom zo smal is ,is de rondte in het doek en daarom moet je een zo smal mogelijke afstand uitzetten vanaf de buitenlijn naar de vouw en de inslaglijn omdat de buitenste lijn (inslag) een grotere ronding heeft dan de werkelijke buitenlijn en deze "lange lijn" in "kortere lijn" word genaaid.
door de naald en draad naar je toe aan te trekken bij elke doorsteek werk je het verschil in lengte uit de ronding van het onderlijk.