de (ver)brede naden
in de loop der eeuwen zijn er verschillende naaitechnieken gebruikt om
twee stukken doek aan elkaar te krijgen
in licht doek werd vaak een rolnaad gezet en in de tijd van de v.o.c. werd er in het
zwaardere doek een platte rolnaad  gezet en ook vaak werden er valse naden gezet
soms voor versteveging maar meestal voor een betere bolling te krijgen omdat er nu meer controle is in de diagonale rek van het doek .
de naad waar wij over praten is de platte naad of de Engelse naad en word overhands gezet van de haak af.

de verbrede naden zitten in een grootzeil in die naden die op de gaffel uit lopen en in de naden die in het onderlijk uitkomen,dit word gedaan om  een bolling in het zeil te krijgen.
met de juiste bolling kan je de luchtdeeltjes aan de bolle kant sneller verplaatsen ,hier onstaat een lage druk,aan de holle kant gaan de luchtdeeltjes langzamer waardoor je een hogere druk ontstaat
door de lage druk aan de buitenkant en de hoge druk aan de binnenkant
krijg je een verplaatsende werking.
dit is de werking van een zeil en daardoor de verplaatsing van een zeilschip
lijzijde(bolle kant=lage druk) en de loefzijde(hole kant= hoge druk)
dit mooie gift uit de natuur kan je met een paraplu en wat  met wind zelf ontdekken.


Hoe zet je de naden in het doek
Als je alleen aan de boven en onderkant van een zeil de naden meer over elkaar heen laat vallen dan in het midden van dit zeil ,zal dit doek nemen, met andere woorden,,,,
normaal zetten we de naad breedte op 2,5 c.m.
maar op de rechte lijn  hals/schoot dus zonder de broek  en op de rechte lijn rak/noksnede
word de naadbreedte verdubbeld!  dus van 2,5 c.m. naar 5 c.m.
hoe breed deze lijn in het bovenlijk en naar beneden toe in het onderlijk uitloopt word bepaald door
de lengte van de brede naad

de brede naad  in het onderlijk begint vanaf de lijn  die vanuit de halshoek haaks door het achterlijk loopt ook wel de grootste breedte genoemd.
,dus gemeten vanaf de lijn "grootste breedte" tot aan de lijn hals/schoot
je ziet dus dat elke naad die van achter naar voren loopt telkens iets korter word maar in de zoom van de broek steeds iets breder ,dit komt omdat de lengte ten opzichte van de breedte steeds iets korter word
dit betekend dat ,als we het zeil denkbeeldig paralel aan de mast in twee helften verdelen er in het voorste stuk meer bolling word gezet dan in het achterste stuk.
in het bovenlijk word gemideld één meter onder de lijn rak/noksnede aangehouden,hoe breed de naden in de zoom van het bovenlijk uitlopen word nu bepaald door de stand van de gaffel.

om het zelfde resultaat te verkrijgen als een "op de vloer uitgesneden zeil"is het goed eerst een ruwe berekening te maken wat betreft het aantal kleden onder en boven omdat daar de naden verdubbeld worden.
juist omdat de naden daar verdubbeld worden is de kans groot dat het zeil op die plekken te kort zal
worden in de grootste breedte onder en boven
dus als er in de gaffel bijvoorbeeld 4 kleden komen ,gebruik je als grootste breedte boven,
de berekende lengte+ het aantal naden maal 2,5 c.m wat in de berekende lengte uitkomt.
door deze actie veranderen ook de diagonalen,maar dit is eenvoudig op te lossen met de hulp van
meneer Pythagoras A*+B*=C*
als je het zeil op deze manier zou tekenen zul je zien dat je een te groot zeil maakt maar door de extra overlapping in de naden komt het weer uit op de opgemeten afmeting.


dit is ook het mooie aan een ''ouderwets gesneden'' zeil,,,je kan zien hoe het door de zeilmaker bedoeld is
om goed dienst te doen,,maar er werd ook wel eens wat gesmokkeld in de naden als de zeilmaker het niet vertrouwde of als hij vond de naden onder en boven te breed waren ,werd er niet moeilijk over gedaan om het te veranderen op een manier waar hij vertrouwd mee was of ervaring mee had.

in de Yacht wereld word dit ook wel de coupe of de snit genoemd ,maar wij zeggen gewoon de bolling.