de formules voor de broek
hoe bereken je de broek  
Van onzuiver naar zuiver
om de zuivere berekening te krijgen moet de broek van een zeil berekend worden,dit betekent dat de gilling van elk kleed wat uitkomt in het onderlijk een verschillende afmeting heeft,zo kan er een ronding in het zeil gezet worden.
voor een gemiddelde ronding gebruik ik meestal de volgende regel,
  1/3 van de lijn schootop of schootneer uitzetten op 2/5 van de lijn hals/schoot werk vanuit de halsoek!
dat betekent dat het kleed wat daar ligt dezelfde gilling heeft als in de onzuivere berekening.
(dit ter controle).dit word het .x. kleed genoemd .
Het aantal kleden wat van de schoot tot aan dit kleed ligt moet worden gebruikt om een vloeiende lijn te maken ,naar het .x. kleed toe.
het aantal kleden wat aan de andere kant ligt van het .x. kleed word gebruikt om een vloeiende lijn naar de halshoek te maken
de som van alle nieuwe gillingen in het onderlijk is gelijk aan de maat van de lengte schoot op

,,,,,een voorbeeld,,,,,,
laten we zeggen dat deze schoot op 180 cm is verdeeld door 9 kleden maakt de gilling 20 cm.
dus de gilling van het .x.kleed is 20 cm.
tussen de schoothoek en het .x.kleed liggen 5 kleden
het achterste
kleed 1 is zo goed als haaks afgesneden en heeft als gilling 0,,
kleed 2 ,,,iets meer bv.2cm,
kleed 3 ,,iets meer bv 6cm ,
kleed 4,, iets meer bv. 10cm,,,
kleed 5,, geven we 15 cm ,zo kruipen we naar de  gilling van het "keerkleed"
kleed 6,,  xxxxxxxxxxxx 20 cm.  xxxxxxxxxxxxxxxxx
                nu gaan we een bocht door naar de halshoek met
kleed 7,, maar niet te snel bv30 cm,,
kleed 8,,   maakt al een rondere bocht van bv,42 cm en
kleed 9,,   als laatste met 55 cm kom je op een mooie ronding sluitend op de halshoek uit

in een zeilbestek ziet dit er zo uit. de maten van de boven en voorgilling zijn meestal het zelfde als in de onzuivere berekening wat dus veranderd zijn de maten van de voor en achterkant van elk kleed     
   zuiver
 achterkant
- boven  gil.
- voorgil.
onder gil.
 voorkant
kleed 1
0
kleed 2
-2
kleed 3
-6
kleed 4
-10
kleed 5
-15
kleed 6
-x20x
kleed 7
-30
kleed 8
-42
kleed 9
-55
   op een tekening ziet het er dan zo uit

 
de gele strepen zijn de denkbeeldige lijnen die vanaf de gilling haaks worden overgebracht naar de andere kant van het doek om een schuine lijn te krijgen.
In het  X kleed kan je zien dat de schuine lijn die door de gilling word gemaakt (dus de onderkant van het zeil) gelijk is aan zowel  in de onzuivere als in de zuivere berekening  

                                                             TERUG NAAR wat wil je maken