de formules voor de kluiver of stormfok
zoals je zult merken zijn alle maten afhankelijk van elkaar, als de een groter word volgd de ander ook.
in de tekening heb ik voor de duidelijkheid de voor en ondergillingen
ingetekend.
de gillingen,schootop en de grootste breedte zijn hulplijnen
hou ook deze volgorde van formules aan
![]() schoot op=
(voorXvoor)+(achterXachter)-(onderXonder) \ - achter
2Xachter /
grootste breedte =
de wortel uit
(onderXonder)-(schootopXschootop)
aantal kleden =
grootste breedte : kleed breedte
gilling voorlijk =
achter+schoot op:aantal kleden
gilling onder =
schoot op: aantal kleden
oppervlakte =
(gr. br.X(achterlijk+schootop):2)-(gr.br.Xschootop: 2)
hieronder een tabel waar je de maten overzichtelijk in kan schrijven,bij een zeil met schootop is het goed opletten bij het snijden waar de + en- gillingen zich bevinden.
met achter en voorlengte word de lengte van de zijkant van het doek bedoeld van kleed 1 is dit dus de gemeten lengte of de rechte diepte.
het eerste kleed is altijd het achterste kleed.
in het eerste vakje achterlengte/kleed 1 kan je dus zo invullen
dan vul je in het volgende vakje de berekende voorgilling in die je van de achterlengte moet aftrekken daarna vul je de berekende ondergilling in die je moet optellen en je komt uit op de voorlengte van kleed 1 ,,
de achterlengte van kleed 2 is (in dit geval)gelijk aan de voorlengte van kleed 1 enzovoorts!
TERUG NAAR wat wil je maken
|
|||||||||||||||||||||||||||